ECLI:NL:RBDHA:2026:17212
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens te late omzetting maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser verbleef sinds 22 mei 2025 aaneengesloten in bewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Op 30 januari 2026 werd de maatregel van bewaring opnieuw opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was, maar dat de omzetting van de maatregel na de afwijzing van het asielberoep op 16 april 2026 niet tijdig had plaatsgevonden. De omzetting had binnen twee dagen moeten gebeuren, maar vond pas op 20 april 2026 plaats.
Hierdoor was sprake van vier dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €480,- en veroordeelde de Staat in de proceskosten van €1.868,-. Er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank kent schadevergoeding toe wegens te late omzetting van de maatregel van bewaring en veroordeelt de Staat in proceskosten.