ECLI:NL:RVS:2025:6279
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over rechtmatigheid bewaring vreemdeling na niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 7 februari 2025 in bewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Op 15 februari 2025 verklaarde de minister de vierde asielaanvraag van appellant niet-ontvankelijk en verlengde zij de bewaring volgens het asielbesluit. Na correctie van dit besluit op 17 februari 2025, waarbij de minister toegaf dat de verlenging onjuist was vermeld, werd de bewaring op 18 februari 2025 opgeheven en een nieuwe maatregel opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring rechtmatig was voortgezet tot 18 februari 2025. Appellant stelde echter dat de minister de maatregel te laat had omgezet. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de minister de bewaring niet rechtsgeldig kon verlengen na de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag, omdat appellant toen geen rechtmatig verblijf meer had. De wettelijke grondslag voor de bewaring verviel daarmee op 15 februari 2025.
De Afdeling verduidelijkt dat de minister een termijn van twee dagen heeft om een maatregel van bewaring om te zetten. Indien dit niet binnen die termijn gebeurt, is de bewaring onrechtmatig vanaf het moment dat de grondslag vervalt. Omdat de minister de maatregel één dag te laat omzet, is de bewaring van 15 tot 18 februari 2025 onrechtmatig. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het hoger beroep gegrond verklaard en appellant krijgt een schadevergoeding toegekend.
Uitkomst: De bewaring van appellant was onrechtmatig van 15 tot 18 februari 2025 vanwege te late omzetting van de maatregel, uitspraak rechtbank vernietigd en schadevergoeding toegekend.