ECLI:NL:RBDHA:2026:17347
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat Nederland op basis van de Dublinverordening een verzoek tot terugname aan Duitsland heeft gedaan, dat door Duitsland is aanvaard. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel brengt mee dat de minister mag aannemen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij in Duitsland een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met het Handvest of het EVRM.
Ook de door eiser aangevoerde bijzondere omstandigheden zijn onvoldoende om de minister te verplichten de asielaanvraag inhoudelijk te behandelen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.