ECLI:NL:RBDHA:2026:17368

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
AWB 25/16001
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • L.J. van der Veen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag mvv wegens niet-aangetoond rechtsgeldig huwelijk en niet voldoen aan inburgeringsvereiste

Eiseres, een Eritrese vrouw, diende op 14 juli 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel verblijf als familie- of gezinslid bij haar partner in Nederland. De minister wees de aanvraag op 2 november 2023 af vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste, het ontbreken van een gelegaliseerd marriage certificate en onvoldoende vaststelling van haar identiteit. Na bezwaar handhaafde de minister de afwijzing op 15 juli 2025, waarbij het middelenvereiste niet langer werd betwist, maar werd gesteld dat het huwelijk niet rechtsgeldig was omdat de huwelijksakte wijzigingen bevatte zonder waarmerk, vastgesteld door Bureau Documenten.

De rechtbank oordeelt dat de minister terecht is uitgegaan van het deskundigenadvies van Bureau Documenten, dat met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid concludeerde dat de huwelijksakte niet in de huidige staat is opgemaakt en afgegeven. Eiseres bracht geen contra-expertise in en haar e-mail met een verklaring van de ambassade voldeed niet aan de vereisten om het advies te weerleggen. Daarnaast voldeed zij niet aan het inburgeringsvereiste. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit terecht in stand blijft en verklaart het beroep ongegrond.

Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter L.J. van der Veen op 26 juni 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een rechtsgeldig huwelijk en het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/16001

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2026 in de zaak tussen

[naam 1] , eiseres,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: dhr. D.N. Awa, waarnemer voor drs. H.C. van der Staay)
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. E.W.C. Dennenbos)

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag voor een mvv [1] ten behoeve van eiseres voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam 2] ’ (referent). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit in stand kan blijven. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 14 juli 2023 een aanvraag ingediend voor een mvv voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam 2] ’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 2 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 15 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, een waarnemer voor de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden
3. Eiseres is geboren op 8 mei 1993 en zij heeft de Eritrese nationaliteit. Eiseres wil graag verblijf in Nederland bij haar (gestelde) partner.
3.1.
Met het primaire besluit van 2 november 2023 heeft de minister de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat niet was voldaan aan het middelenvereiste. Daarnaast is het overgelegde ‘marriage certificate’ niet gelegaliseerd door de Ethiopische autoriteiten en is de identiteit van eiseres niet vastgesteld of aannemelijk gemaakt. De minister neemt aan dat sprake is van familie- en gezinsleven tussen eiseres en referent maar komt na afweging van alle belangen tot de conclusie dat afwijzing van de aanvraag niet in strijd is met artikel 8 van Pro het EVRM. [2]
3.2.
Eiseres heeft op 21 november 2023 bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
3.3.
Met het bestreden besluit van 15 juli 2025 heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard en de afwijzing van de mvv-aanvraag gehandhaafd. De minister werpt eiseres niet langer tegen dat niet wordt voldaan aan het middelenvereiste en evenmin dat zij haar identiteit niet heeft aangetoond. Volgens de minister kan echter niet worden aangenomen dat eiseres een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk is aangegaan met referent. Dit blijkt namelijk niet uit de overgelegde huwelijksakte omdat uit onderzoek door Bureau Documenten is gebleken dat op dit document wijzigingen zijn aangetroffen bij de personalia gegevens van beide betrokkenen. Deze wijzigingen zijn niet voorzien van een waarmerk. Bureau Documenten is daarom tot de conclusie gekomen dat de huwelijksakte met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet in de gewijzigde staat is opgemaakt en afgegeven. Tegen deze bevindingen is geen contra-expertise ingebracht. De op 17 juni 2025 ingediende e-mail kan niet als zodanig worden beschouwd omdat onduidelijk is van wie de e-mail afkomstig is en omdat daarin niet wordt ingegaan op de bevindingen van Bureau Documenten ten aanzien van de huwelijksakte. Dit maakt dat de minister van de conclusie van Bureau Documenten mag uitgaan. Ook werpt de minister eiseres tegen dat zij niet voldoet aan het inburgeringsvereiste terwijl er geen omstandigheden zijn aangevoerd om haar daarvan te ontheffen. Ten slotte heeft de minister aangegeven dat hij sinds de uitspraak van de Afdeling [3] van 27 maart 2024 [4] niet langer gehouden is een belangenafweging in het kader van artikel 8 van Pro het EVRM te maken als er geen sprake is van familie- of gezinsleven. Nu eiseres niet is geslaagd voor het inburgeringsexamen en niet is gebleken of aangetoond dat zij zich niet kan inzetten om te slagen is het bezwaar kennelijk ongegrond en heeft de minister van horen mogen afzien.
3.4.
Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Zij voert in de gronden allereerst aan dat ten onrechte wordt tegengeworpen dat niet wordt voldaan aan het middelenvereiste nu uit de overgelegde stukken blijkt dat het inkomen van referent voldoende en duurzaam is. Daarnaast wordt de stelling van de minister dat de huwelijksakte vals is niet onderbouwd met objectieve feiten. Uit de verklaring per e-mail van de bevoegde ambassade blijkt dat de akte is onderzocht en als authentiek is aangemerkt. De minister heeft geen steekhoudende motieven gegeven om deze verklaring terzijde te schuiven. Aanvullend zijn de volgende stukken overgelegd:
- een uitleg over de situatie van eiseres met betrekking tot het Basisexamen;
- de arbeidsovereenkomst van referent voor onbepaalde tijd;
- kopieën van identiteitskaarten van eiseres en referent;
- kopie van de huwelijksakte met een toelichting.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank stelt allereerst vast dat, hoewel eiseres daar in de gronden van beroep nog wel vanuit lijkt te gaan, het middelenvereiste haar door de minister niet langer wordt tegengeworpen. Hetgeen door eiser in de gronden is aangevoerd hoeft daarom niet besproken te worden. In het bestreden besluit heeft de minister gehandhaafd dat niet is gebleken van een rechtsgeldig huwelijk en dat eiseres niet voldoet aan het inburgeringsvereiste. Hierover oordeelt de rechtbank als volgt.
Huwelijksakte
5. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State [5] is een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten een deskundigenadvies, waarvan de minister in beginsel mag uitgaan. Indien het deskundigenadvies naar de wijze van totstandkoming zorgvuldig, en naar inhoud inzichtelijk en concludent is, kan eiseres de uitkomst van het advies slechts met succes bestrijden door een andersluidende contra-expertise van een deskundige in te brengen. Een enkele kanttekening kan dat niet weerleggen.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich in zijn besluitvorming heeft mogen baseren op de verklaring van onderzoek van het Bureau Documenten. In haar verklaring van onderzoek van 11 maart 2025 heeft het Bureau vastgesteld dat bij onderzoek van de huwelijksakte concrete afwijkingen zijn aangetroffen in de personalia van eiseres en referent die niet zijn voorzien van een waarmerk. Op basis daarvan heeft Bureau Documenten geconcludeerd dat het document met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet in deze gewijzigde staat is opgemaakt en afgegeven. Zoals de minister ook aangeeft berust de conclusie in de verklaring op document-technisch onderzoek en niet op louter aannames. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de inhoudelijke juistheid en de zorgvuldige totstandkoming van dit onderzoek. Eiseres heeft geen contra-expertise overgelegd die de conclusies van Bureau Documenten weerlegt. De door eiseres ingebrachte e-mail valt niet als zodanig aan te merken omdat daarin niet is vermeld van wie de e-mail afkomstig is, welk onderzoek heeft plaatsgevonden en op basis van welke bevindingen de opsteller van de mail tot de conclusie is gekomen dat de huwelijksakte authentiek is. Dit maakt tevens dat Bureau Documenten niet kan reageren op de in de e-mail gepresenteerde conclusie. Nu eiseres geen afdoende contra-expertise heeft ingebracht tegen het onderzoek van Bureau Documenten mocht de minister uitgaan van de door Bureau Documenten getrokken conclusie.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat de minister reeds op grond van het ontbreken van een huwelijksakte, en daarmee van een rechtsgeldig huwelijk, de aanvraag heeft kunnen afwijzen. De overige door eiseres ingediende beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking meer.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 26 juni 2026 door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.machtiging tot voorlopig verblijf.
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
3.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 17 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2024:2923.