ECLI:NL:RBDHA:2026:1746
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na niet-ontvankelijkheid beroep
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 4 november 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegelijkertijd is aan verzoeker een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat het samenhangende beroep niet-ontvankelijk is verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is.
Een behandeling op zitting heeft niet plaatsgevonden omdat partijen geen gebruik wilden maken van de mogelijkheid tot zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep niet-ontvankelijk is verklaard.