ECLI:NL:RBDHA:2026:17602
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bedreigingen door kartel
Eiseres, van Ecuadoraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen door een kartel. Zij stelde dat zij en haar vader werden afgeperst en bedreigd met ontvoering en doodslag. De minister wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid, onder meer omdat het kartel volgens landeninformatie was opgeheven en eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt waarom zij onder de aandacht stond.
Eiseres voerde aan dat de minister onvoldoende op haar zienswijze was ingegaan, met name over de verhuizing van haar vader en het nieuwe telefoonnummer, en dat de minister de opheffing van het kartel niet had onderbouwd. De rechtbank constateerde een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, maar stelde vast dat de minister dit in het verweerschrift had hersteld door alsnog een bron te noemen.
De rechtbank volgde de minister in het oordeel dat het asielrelaas niet geloofwaardig was. De verklaringen van eiseres waren onvoldoende onderbouwd met objectieve documenten, en het was niet aannemelijk dat het kartel haar specifiek zou bedreigen. Ook de werkwijze van het kartel en het ontbreken van instructies over betaling deden afbreuk aan de geloofwaardigheid.
De rechtbank passeerde het motiveringsgebrek en verklaarde het beroep ongegrond. Wel werd eiseres een proceskostenvergoeding toegekend van €1.868,-. De afwijzing van de asielaanvraag blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.