ECLI:NL:RBDHA:2026:17613
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en onvoldoende vrees voor vervolging
Eiser, een Tunesische nationaliteithebbende, vroeg een verblijfsvergunning asiel aan, welke door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van zijn identiteit en onvoldoende aannemelijkheid van zijn vrees voor vervolging door zijn stiefbroers.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de identiteit van eiser niet geloofwaardig achtte, omdat eiser geen identiteitsdocumenten kon overleggen en geen voldoende verklaring gaf voor het ontbreken daarvan. De minister mocht ook de authenticiteit van een overgelegde kopie van het paspoort betwijfelen.
Hoewel eiser een mesaanval door zijn stiefbroers in 2025 aannemelijk maakte, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat hij bij terugkeer opnieuw gevaar loopt. De minister heeft gemotiveerd dat eiser sinds de aanval geen contact meer had met zijn stiefbroers en dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor hernieuwd geweld. De rechtbank volgt de minister hierin en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en onvoldoende aannemelijkheid van de vrees voor vervolging.