Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 1] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Inleiding
Procesverloop
Overwegingen
12. Eisers voeren tot slot aan dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat het economisch belang van de Nederlandse Staat zo in het geding is dat het de belangenafweging in hun nadeel laat uitvallen. Eisers hebben in dat kader het volgende naar voren gebracht. Eisers zullen geen beroep doen op de woningmarkt en gezondheidszorg. Referente en referent zijn getrouwd. Referent heeft een kamer over in zijn woning die ongebruikt is. Daar kunnen eisers verblijven en dat willen zij ook. Een beroep op de algemene kas zullen eisers niet doen. Referent ontvangt een pensioen. Hij is getrouwd met referente. Referente is een gediplomeerd en ervaren verpleegkundige. Zij wil graag in Nederland werken waar een schrijnend tekort is aan verpleegkundigen. Eiser 1 wil en kan ook werken in een aangepaste werkomgeving. Hij kan bij [bedrijf] aan de slag. Hij heeft bewijs overgelegd dat hij in het verleden gewerkt heeft. Eisers hebben slechts een verstandelijke beperking, ze hebben geen bijzondere medische zorg nodig. Dat verweerder stelt dat eisers waarschijnlijk een aanvullend beroep zullen doen op de zorgkosten, mist een onderbouwing. Het enige wat eisers nodig hebben is een dagbesteding, maar daarvan hebben eisers meermaals aangegeven dat het geen noodzakelijke medische zorg is die als economisch belang tegengeworpen kan worden.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 5 juni 2025 en het aanvullend besluit van 16 januari 2026;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak.
- wijst het verzoek af.