ECLI:NL:RBDHA:2026:17664
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging Landelijke Vreemdelingenvoorziening in Utrecht
De zaak betreft het bezwaar van eiseres tegen het besluit van de minister om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van procesbelang. De minister beëindigde de opvang en begeleiding op grond van de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in Utrecht per 1 januari 2025. Eiseres maakte bezwaar tegen deze beëindiging.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat eiseres geen procesbelang meer heeft. Dit volgt uit het feit dat zij geen gebruik meer maakt van de LVV-opvang, maar recht heeft op opvang via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) in verband met een lopende beroepsprocedure tegen de afwijzing van haar herhaalde asielaanvraag.
De rechtbank ziet geen feitelijke betekenis meer in de vraag naar de rechtmatigheid van de LVV-beëindiging voor eiseres. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat deze termijn niet is overschreden en er geen onderbouwing van schade is gegeven.
Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om griffierechtvrijstelling wordt toegewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de LVV is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.