ECLI:NL:RBDHA:2026:17680
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- T.G. Noordhof
- G.W.B. Heijmans
- G.A. van der Straaten
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming en ontbreken procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de verlenging van de overdrachtstermijn onder de Dublinverordening van 6 naar 12 maanden vanwege zijn gevangenzetting. De rechtbank heeft het beroep op 11 maart 2026 en 16 juni 2026 behandeld.
Op 15 juni 2026 meldde de minister dat eiser op 3 juni 2026 met onbekende bestemming uit de opvang is vertrokken. De rechtbank beoordeelt dat hierdoor het procesbelang van eiser is komen te vervallen, omdat eiser geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde en kennelijk geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming.
De gemachtigde van eiser heeft bevestigd dat zij na de uitnodiging voor de zitting geen reactie van eiser ontving en dat er al voor zijn vertrek geen contact was. De rechtbank volgt het betoog van de gemachtigde dat een inhoudelijk oordeel procesbelang kan opleveren niet, omdat het vertrek met onbekende bestemming duidelijk maakt dat het beroep geen feitelijke betekenis meer heeft. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang doordat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt.