Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft op 4 mei 2026 asiel aangevraagd en stelt dat hij daardoor rechtmatig verblijf heeft gekregen, waardoor de maatregel van bewaring op 7 mei 2026 onrechtmatig zou zijn. De rechtbank oordeelt echter dat de maatregel van bewaring terecht is opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken.
Eiser betoogt dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast vanwege zijn psychische problemen en dreiging met zelfdoding. De rechtbank stelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat geen minder dwingende maatregel toereikend was en dat gespecialiseerde zorg in detentiecentra aanwezig is, waardoor de bewaring noodzakelijk blijft.
De rechtbank heeft ambtshalve de rechtsmatigheid van de maatregel getoetst en ziet geen grond om de bewaring onrechtmatig te verklaren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.