ECLI:NL:RBDHA:2026:17741

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
NL26.28209
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling

Verweerder is sinds 1 april 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 15 april 2026 bevestigd en beoordeelt nu alleen de periode daarna.

Eiser betoogt dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting is omdat geen bewijs is dat een laissez-passer zal worden afgegeven of dat uitzetting op korte termijn zal plaatsvinden. De rechtbank oordeelt dat er wel zicht op uitzetting is, mede omdat er al snel na aanvang van de bewaring een presentatie bij de Sierra Leoonse autoriteiten was gepland. Het feit dat eiser niet naar deze presentatie is gegaan, frustreert de procedure en kan niet worden gebruikt om het ontbreken van zicht op uitzetting te onderbouwen.

De rechtbank heeft ook ambtshalve de rechtmatigheid van de maatregel getoetst, zoals vereist door het Hof van Justitie van de EU, en ziet geen onrechtmatigheid. Er is geen sprake van schending van het familie- en gezinsleven of het non-refoulementbeginsel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard vanwege voldoende zicht op uitzetting en rechtmatigheid van de maatregel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.28209

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. S.T.V. Le),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Verweerder heeft op 1 april 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 26 mei 2026.

Overwegingen

Kader van het geschil
1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 21 april 2026 (in de zaak NL26.18968) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek (15 april 2026) dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
Zicht op uitzetting
3. Eiser voert aan dat er geen sprake is van een redelijk vooruitzicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat niet uit het dossier blijkt dat een laissez-passer zal worden afgegeven of dat op korte termijn eisers uitzetting naar Sierra Leone zal plaatsvinden. Volgens eiser is het enkele feit dat er een presentatie was ingepland onvoldoende om een zicht op uitzetting aan te nemen.
4. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting is. Eiser is vanaf 1 april 2026 in bewaring gesteld, waarna er op 23 april 2026 al een presentatie zou plaatsvinden bij de Sierra Leoonse autoriteiten. Er heeft zodoende al vrij snel een concrete ontwikkeling plaatsgevonden in het kader van eisers uitzettingsprocedure en er waren geen indicaties dat er niet een laissez-passer zou worden afgegeven. Bovendien heeft eiser zijn uitzettingsprocedure gefrustreerd door niet naar zijn presentatie te gaan, waardoor het niet plaatsvinden van de presentatie niet ter onderbouwing mag worden gelegd aan de conclusie dat er geen zicht op uitzetting is. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er wel degelijk sprake is van een zicht op uitzetting in eisers geval. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Ambtshalve toetsing
5. De rechtbank overweegt tot slot dat zij, zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858, gehouden is ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring te toetsen. Ook met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring sinds 15 april 2026 op enig moment onrechtmatig was. Er is ook niet gebleken dat het familie- en gezinsleven van eiser of het beginsel van non-refoulement zich verzetten tegen eisers verwijdering (zoals bedoeld in het arrest Adrar van het Hof van 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647).
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Hello, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Vroegop, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.