ECLI:NL:RBDHA:2026:17741
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
Verweerder is sinds 1 april 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 15 april 2026 bevestigd en beoordeelt nu alleen de periode daarna.
Eiser betoogt dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting is omdat geen bewijs is dat een laissez-passer zal worden afgegeven of dat uitzetting op korte termijn zal plaatsvinden. De rechtbank oordeelt dat er wel zicht op uitzetting is, mede omdat er al snel na aanvang van de bewaring een presentatie bij de Sierra Leoonse autoriteiten was gepland. Het feit dat eiser niet naar deze presentatie is gegaan, frustreert de procedure en kan niet worden gebruikt om het ontbreken van zicht op uitzetting te onderbouwen.
De rechtbank heeft ook ambtshalve de rechtmatigheid van de maatregel getoetst, zoals vereist door het Hof van Justitie van de EU, en ziet geen onrechtmatigheid. Er is geen sprake van schending van het familie- en gezinsleven of het non-refoulementbeginsel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard vanwege voldoende zicht op uitzetting en rechtmatigheid van de maatregel.