ECLI:NL:RBDHA:2026:17758
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsdocument EU/EER
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door de minister van Asiel en Migratie op 14 oktober 2025 is afgewezen als ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd, maar is niet verschenen bij de zitting op 9 juni 2026. De minister werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R. Tesfai en griffier A. Hoekstra - Verbeek, en is openbaar gemaakt op 30 juni 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak op dezelfde dag is beslist.