ECLI:NL:RBDHA:2026:17758

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
NL25.54028
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsdocument EU/EER

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door de minister van Asiel en Migratie op 14 oktober 2025 is afgewezen als ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.

Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd, maar is niet verschenen bij de zitting op 9 juni 2026. De minister werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R. Tesfai en griffier A. Hoekstra - Verbeek, en is openbaar gemaakt op 30 juni 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak op dezelfde dag is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.54028

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. L. Maring).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsdocument EU/EER. De minister heeft met het bestreden besluit van 14 oktober 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
1.1.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep [1] , op 9 juni 2026 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.54027, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
A. Hoekstra - Verbeek, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL25.54027.