ECLI:NL:RBDHA:2026:17768
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gecombineerde vergunning verblijf en arbeid voor derdelander op grond van negatief UWV-advies
Eiser, een Nigeriaanse derdelander die tijdelijk beschermd was op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, vroeg een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid aan. Deze aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen op basis van een negatief arbeidsmarktadvies van het UWV, dat onder meer wees op prioriteitgenietend aanbod en onvoldoende wervingsinspanningen van de werkgever.
Eiser voerde aan dat zijn bijzondere situatie, waarin hij al vier jaar zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland werkte, een belangenafweging rechtvaardigde en dat het handhaven van de twv-plicht onevenredig was. De rechtbank oordeelde echter dat de wet dwingend voorschrijft dat het UWV-advies moet worden ingewonnen en dat er geen ruimte is voor een belangenafweging in dit kader.
De rechtbank overwoog dat het doel van de wetgeving is de Nederlandse arbeidsmarkt te beschermen en dat het weigeren van de vergunning op grond van het negatieve UWV-advies niet disproportioneel is. Eiser kon zijn stellingen over het onjuist zijn van het UWV-advies onvoldoende onderbouwen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.