Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Jezidi uit Irak, diende op 12 augustus 2023 een asielaanvraag in in Nederland. Hij stelde dat hij vanwege zijn etniciteit en problemen met de Koerdische veiligheidsdienst (PKK, Peshmerga) gevaar liep. Zijn huis zou in maart 2022 zijn beschoten en hij werd bedreigd. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, onder meer omdat eiser zijn paspoort had vernietigd en zich pas acht maanden na binnenkomst meldde.
De rechtbank oordeelde dat de discriminatie die eiser ervoer wel geloofwaardig was, maar niet zodanig ernstig dat sprake was van vervolging. De problemen met de Koerdische veiligheidsdienst werden als ongeloofwaardig beoordeeld vanwege gebrek aan samenhang en concrete aanwijzingen. Ook de aanwezigheid van eiser op een festival en het ontbreken van nadere toelichting op documenten die hij moest ondertekenen, ondermijnden zijn geloofwaardigheid.
Verder werd geoordeeld dat de humanitaire situatie in Sinjar weliswaar zorgelijk is, maar dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk niet kan terugkeren naar zijn woning of dat hij aangewezen is op ontheemdenkampen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd.