ECLI:NL:RBDHA:2026:17800

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
NL26.34433
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 3 Vreemdelingenwet 2000Art. 5.5 lid 2 Vreemdelingenbesluit 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen vrijheidsontnemende maatregel grensdetentie wegens medische omstandigheden

Eiseres is op Schiphol aangekomen en heeft een asielaanvraag ingediend. Tegelijkertijd is een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege het grensbewakingsbelang. Eiseres betoogt dat haar medische situatie de detentie onevenredig bezwarend maakt en dat een lichter middel had moeten worden toegepast.

De rechtbank stelt vast dat eiseres niet aan de toegangsvoorwaarden voldeed en dat het grensbewakingsbelang in beginsel het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel vereist. Verweerder heeft rekening gehouden met de medische situatie van eiseres en gemotiveerd dat de beschikbare zorg in het Justitieel Complex Schiphol toereikend is. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de detentie haar gezondheid onevenredig schaadt.

De rechtbank concludeert dat de vrijheidsontnemende maatregel niet onrechtmatig is en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 30 juni 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.34433

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.C. van Asperen),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).

Procesverloop

Bij besluit van 21 juni 2026 (het bestreden besluit) is aan eiseres met toepassing van artikel 6, derde lid, van de Vw [1] een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Verweerder heeft de rechtbank daarvan in kennis gesteld.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiseres ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
Eiseres heeft zich, daarnaar gevraagd, akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Op 25 juni 2026 heeft eiseres beroepsgronden ingediend. Verweerder heeft op 26 juni 2026 een reactie op de beroepsgronden ingediend. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 26 juni 2026.

Overwegingen

1. Eiseres is op [datum] 2026 aangekomen op Schiphol en heeft aldaar te kennen gegeven dat zij een asielaanvraag wenst in te dienen. Verweerder heeft diezelfde dag een besluit over de toegangsweigering uitgesteld en eiseres een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
2. Op grond van artikel 5.5, tweede lid, van het Vb [2] wordt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw opgelegd in het kader van het grensbewakingsbelang. Deze wordt niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.
3. Eiseres voert aan dat zij kwetsbaar is vanwege haar medische omstandigheden, waardoor de vrijheidsontneming onevenredig bezwarend is en een lichter middel toegepast had moeten worden. De situatie tijdens de vrijheidsontneming in JC Schiphol [3] levert een ontoelaatbaar risico op voor haar gezondheid. De ernst van de medische situatie van eiseres is ten onrechte niet onderkend door de betrokken verbalisanten en de medische dienst op het vliegveld tijdens de screening op de dag van aankomst. Ook de medische dienst in JC Schiphol nemen de klachten van eiseres niet serieus.
4. De rechtbank stelt vast dat eiseres niet heeft betwist dat zij aan de grens een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend terwijl zij niet aan de toegangsvoorwaarden voldeed, en dat zij daarmee voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw. Uit vaste rechtspraak [4] volgt dat het grensbewakingsbelang in beginsel steeds het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel vereist, omdat een minder dwingende maatregel tot gevolg heeft dat toegang tot Nederland wordt verkregen. Hiervan wordt slechts in bijzondere gevallen afgeweken.
5. Uit de maatregel blijkt dat verweerder heeft betrokken dat eiseres medische zorg nodig heeft. In de maatregel is ook verwezen naar het proces-verbaal van bevindingen van 21 juni 2026 waarin de verbalisant nog heeft verklaard op de hoogte te zijn van de ziektes van eiseres en dit mogelijk niet duidelijk heeft weergegeven in de maatregel. Ook heeft verweerder bij de beoordeling betrokken dat eiseres geen problemen heeft met de maatregel en dat in het JC Schiphol voldoende medische voorzieningen beschikbaar zijn voor eiseres. Hiermee heeft verweerder alle relevante feiten en omstandigheden bij de beoordeling of een lichter middel moet worden toegepast betrokken. Verweerder heeft onder verwijzing naar het grensbewakingsbelang voldoende gemotiveerd dat er geen aanleiding is om een lichter middel toe te passen. Verder is naar het oordeel van de rechtbank ook niet gebleken dat de maatregel om andere redenen onevenredig bezwarend is. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de in detentie beschikbare zorg in haar geval niet toereikend is, dat zij niet in staat is de vrijheidsontneming op verantwoorde wijze te ondergaan of dat haar medische omstandigheden in detentie door gebrek aan (medische) zorg zullen verslechteren. Eiseres is daar niet in geslaagd. Uit de e-mail van de medische dienst van het JC Schiphol blijkt dat ze op de hoogte zijn van de medische situatie van eiseres en deze ook serieus nemen. Zo volgt uit deze e-mail dat er overleg is geweest met een internist. Hieruit blijkt niet dat eiseres niet bij de medische dienst terecht kan of anderszins detentieongeschikt is. Gelet op het bovenstaande heeft verweerder in de medische omstandigheden van eiseres terecht geen aanleiding hoeven zien om een lichter middel op te leggen. De beroepsgrond slaagt niet.
6. Ook overigens ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig is.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 30 juni 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Vreemdelingenbesluit 2000.
3.Justitieel Complex Schiphol.
4.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6799.