ECLI:NL:RBDHA:2026:17906
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor arbeid tijdens bezwaarprocedure verlenging GVVA
Verzoeker heeft een aanvraag tot verlenging van zijn gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie op 24 november 2025 is afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar op 28 november 2025 en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om arbeid te mogen verrichten gedurende de bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 16 april 2026 zonder zitting uitspraak gedaan. De minister heeft zich niet verzet tegen het verzoek om voorlopige voorziening. Op grond van artikel 8:81 Awb Pro is de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor verzoeker wordt behandeld alsof hij in het bezit is van de gevraagde vergunning en dus mag verblijven en werken bij zijn werkgever totdat op het bezwaar is beslist.
Daarnaast is bepaald dat de minister het griffierecht van €194,- en proceskosten van €934,- aan verzoeker moet vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, verzoeker mag werken tijdens bezwaarprocedure tegen afwijzing GVVA-verlenging.