ECLI:NL:RBDHA:2026:17915
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Syriër wegens onvoldoende bewijs van persoonlijk risico op willekeurig geweld
Eiser, een Syrische jongvolwassene geboren in 2007, vroeg op 31 januari 2024 asiel aan in Nederland. Hij vreesde terugkeer naar Syrië vanwege mogelijke gedwongen rekrutering door strijdende groeperingen en de onveilige situatie in zijn woonplaats in de provincie Aleppo.
Verweerder wees de asielaanvraag af op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk risico liep op vervolging of ernstige schade door willekeurig geweld. De rechtbank bevestigde dat na het regime van Assad in december 2024 sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in Syrië, waardoor eiser zijn persoonlijke risico moest onderbouwen, wat niet is gelukt.
Eiser voerde aan dat de situatie in Aleppo chaotisch is en dat hij inmiddels een leven heeft opgebouwd in Nederland, maar de rechtbank vond deze argumenten onvoldoende voor het verlenen van een verblijfsvergunning. Het beroep op het niet tijdig beslissen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat inmiddels een besluit was genomen.
De rechtbank veroordeelde verweerder wel tot betaling van proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn. Het beroep werd verder ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.