ECLI:NL:RBDHA:2026:17977
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskosten na intrekking beroep wegens late beslissing minister
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een visumaanvraag voor kort verblijf. Nadat de minister alsnog op 16 april 2026 een besluit nam, trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De minister gaf aan bereid te zijn de proceskosten en het griffierecht te vergoeden. De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep en dat toekenning van proceskosten passend was. Gezien de lichte aard van de zaak en het inschakelen van een professionele hulpverlener, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van €467,- aan proceskosten en het griffierecht. Er was geen noodzaak tot zitting. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Loman op 27 mei 2026.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €467,- en het griffierecht.