ECLI:NL:RBDHA:2026:17978
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens late besluitvorming minister
Verzoekers dienden een beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 7 mei 2026 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoekers hun beroep introkken en proceskostenvergoeding vorderden.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep, waardoor toekenning van proceskostenvergoeding passend was. Gezien de lichte aard van de zaak en het inschakelen van professionele juridische hulp, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast op het standaardbedrag.
De rechtbank wees het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe vanwege betalingsonmacht, waardoor de minister niet gehouden is dit griffierecht te vergoeden. De minister werd veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van €467,- aan verzoekers.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €467,- aan proceskosten aan verzoekers na intrekking van het beroep wegens late besluitvorming.