ECLI:NL:RBDHA:2026:1798
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. N.B. Verkleij, kantonrechter in de rechtbank Den Haag, omdat deze zonder hem te horen had beslist op een verzoek van de Staat tot verplaatsing van de mondelinge behandeling in de hoofdzaak. Verzoeker stelde dat deze gang van zaken de schijn van partijdigheid wekte, mede omdat de Staat eerder driemaal uitstel had gekregen.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld, waarbij noch verzoeker noch de kantonrechter ter zitting verschenen. De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen mogelijk is bij gegronde aanwijzingen van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Een processuele beslissing kan echter nooit grond voor wraking zijn, omdat wraking geen verkapt rechtsmiddel is.
De motivering van de beslissing kan alleen aanleiding geven tot wraking als deze onmiskenbaar blijk geeft van vooringenomenheid, wat hier niet het geval was. Ook het feit dat eerdere uitstel door andere rechters was verleend, doet hieraan niet af. De wrakingskamer concludeerde dat er geen reden is om aan te nemen dat de kantonrechter niet onpartijdig is.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.