ECLI:NL:RBDHA:2026:18020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging Landelijke Vreemdelingenvoorziening in Utrecht
De zaak betreft een bezwaar van eiser tegen het besluit van de minister om de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in Utrecht te beëindigen per 1 januari 2025. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen procesbelang meer zou hebben.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser maakt geen gebruik meer van de LVV-opvang en heeft inmiddels recht op opvang via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) vanwege een herhaalde asielaanvraag. Hierdoor is het doel van het bezwaar niet meer van feitelijke betekenis voor eiser.
De rechtbank wijst ook het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn van twee jaar nog niet is overschreden en er geen onderbouwing van schade is gegeven.
De rechtbank verklaart het beroep van eiser ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 19 juni 2026 door rechter R.J.A. Schaaf.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de LVV is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.