ECLI:NL:RBDHA:2026:18051
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging Landelijke Vreemdelingenvoorziening
De zaak betreft een bezwaar van eiser tegen het besluit van de minister om de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in Utrecht te beëindigen. De LVV bood opvang en begeleiding aan vreemdelingen zonder verblijfsrecht. De minister heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen procesbelang meer heeft, aangezien hij geen gebruik meer maakt van de LVV.
De rechtbank bevestigt dat procesbelang vereist is voor ontvankelijkheid van een bezwaar en dat dit ontbreekt indien het doel van het bezwaar niet meer kan worden bereikt. Eiser heeft inmiddels een verblijfsvergunning gekregen en is daardoor niet langer aangewezen op de LVV. Hij kan gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen zoals woonruimtebemiddeling en bijstand.
De rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat eiser nadeel ondervindt van het beëindigen van de LVV en oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat deze termijn niet is overschreden en er geen onderbouwing van schade is gegeven.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de LVV is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.