ECLI:NL:RBDHA:2026:1815
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Ethiopische journaliste wegens onvoldoende geloofwaardigheid en kennelijk ongegrond
Eiseres, een Ethiopische journaliste die vanwege haar werkzaamheden en etnisch geweld in haar regio naar Nederland vluchtte, verzocht om asiel. Zij stelde dat zij bedreigd werd door autoriteiten en vreest bij terugkeer opgepakt te worden. De minister wees haar aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat haar problemen door journalistieke activiteiten niet geloofwaardig zijn en dat zij zonder problemen Ethiopië kon in- en uitreizen.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht aannam dat eiseres geen significante kritiek heeft geuit die haar in negatieve belangstelling bracht, mede omdat haar naam niet in openbare bronnen voorkomt en zij geen objectief bewijs leverde van haar journalistieke activiteiten. Ook werd haar oproep om zich te melden bij de politie niet als detentie beschouwd. De rechtbank vindt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij na terugkeer in Ethiopië problemen ondervond.
Verder oordeelt de rechtbank dat de minister terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond kon afwijzen vanwege tegenstrijdigheden tussen het ambtsbericht over journalistieke vrijheid in Ethiopië en de verklaringen van eiseres. Andere gronden, zoals de situatie van de Shinasha-bevolkingsgroep, zijn onvoldoende geconcretiseerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en kennelijk ongegrondheid.