ECLI:NL:RBDHA:2026:18204
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij vertrek met onbekende bestemming
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende op 14 juni 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 29 januari 2026 af. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank vroeg partijen toestemming om de zaak zonder zitting af te doen, waarop verweerder niet reageerde en eiser toestemming gaf.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of eiser nog procesbelang had. Verweerder meldde dat eiser vrijwillig de opvang door het COA had verlaten en met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser gaf aanvankelijk aan dat er nog contact was en dat eiser in Nederland verbleef, ondersteund door e-mails van eiser.
Later meldde de gemachtigde dat het contact was verbroken en dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken, wat werd bevestigd door een COA-rapport dat aangaf dat eiser zich op 16 februari 2026 had uitgeschreven en zijn verblijfplaats onbekend was.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland en daarom geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van zijn beroep. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank deed geen inhoudelijke uitspraak. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt.