Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Wanneer was dat precies?
.Op de zitting is dit standpunt aldus toegelicht dat volgens de minister uit punten 40, 42, 43, 44 en 45 van het arrest X en Y. volgt dat bij de beoordeling van humanitaire omstandigheden het voornamelijk moet gaan om een actieve actor die gedurende de verslagperiode invloed uitoefent op de humanitaire situatie. Aan omstandigheden die in het verleden zijn ontstaan kent de minister minder gewicht toe. De rechtbank leest in het arrest X en Y., noch in de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, terug dat het bij de beoordeling van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn om een actieve actor moet gaan. Uit de rechtspraak volgt slechts dat humanitaire omstandigheden die in het geheel geen verband houden met willekeurig geweld in het kader van een gewapend conflict, buiten deze beoordeling kunnen blijven. De rechtbank merkt hierbij op dat voor de andere elementen uit het arrest CF en DN ook geen temporele beperking geldt. De rechtbank ziet niet in waarom een dergelijk onderscheid voor humanitaire omstandigheden wel zou gelden.
Yemen’s cataclysmic humanitarian situation is entirely manufactured”.
“very exceptional cases where the humanitarian grounds against removal are compelling”. Wanneer natuurlijke verschijnselen echter hebben bijgedragen aan erbarmelijke humanitaire omstandigheden, maar deze voornamelijk zijn te wijten aan directe en indirecte acties van de partijen bij een conflict dan moet de minister beoordelen of een vreemdeling bij terugkeer in staat zal zijn
: “to cater for his most basic needs, such as food, hygiene and shelter, his vulnerability to ill-treatment and the prospect of his situation improving within a reasonable time-frame.” [49] De verwijzing van de minister ter zitting naar de beoordeling in het kader van artikel 15, aanhef en onder c van de Kwalificatierichtlijn volstaat niet, nu de toets onder artikel 3 van Pro het EVRM een autonome beoordeling betreft en de minister in de 15c-beoordeling niet is ingegaan op de vraag of eiser in staat zal zijn “
to cater for his most basic needs”.