ECLI:NL:RBDHA:2026:18244
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging Landelijke Vreemdelingenvoorziening in Utrecht
De zaak betreft een bezwaar van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in de gemeente Utrecht te beëindigen. De LVV bood opvang en begeleiding aan vreemdelingen die illegaal in Nederland verbleven. De minister heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen procesbelang meer zou hebben.
De rechtbank oordeelt dat de minister zich terecht op dit standpunt heeft gesteld. Eiser heeft inmiddels een verblijfsvergunning gekregen en is daardoor niet langer aangewezen op de opvang en begeleiding van de LVV. Hij kan gebruik maken van andere voorzieningen zoals bemiddeling voor woonruimte en bijstand in noodzakelijke kosten. Er is geen feitelijke betekenis meer voor eiser om het bezwaar te behandelen.
Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat deze termijn nog niet is overschreden en er geen onderbouwing van schade is gegeven.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de LVV is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.