ECLI:NL:RBDHA:2026:18256
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging Landelijke Vreemdelingenvoorziening in Utrecht
De zaak betreft het bezwaar van eiser tegen het besluit van de minister om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van procesbelang. Dit volgt op de beëindiging van de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in de gemeente Utrecht per 1 januari 2025, waartegen eiser bezwaar maakte.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser geen procesbelang meer heeft, omdat hij geen gebruik meer maakt van de LVV-opvang en inmiddels opvang ontvangt via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa). Hierdoor heeft het bezwaar geen feitelijke betekenis meer voor eiser.
Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn van twee jaar nog niet is overschreden en er geen onderbouwing van schade is gegeven.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond en wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling toe. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 19 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser opvang via het COa ontvangt.