ECLI:NL:RBDHA:2026:18343

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
5 juli 2026
Zaaknummer
C/09/671417 / FA RK 24-6058
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253c BWArt. 1:377a BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing gezamenlijk gezag en aanhouding omgangsregeling in belang minderjarige

Partijen zijn ouders van een minderjarige die bij de moeder woont, die het eenhoofdig gezag heeft. De vader verzocht om gezamenlijk gezag, een omgangsregeling en een informatieregeling. De moeder voerde verweer en stelde dat de communicatie tussen ouders onvoldoende is en dat gezamenlijk gezag het kind zou belasten.

De rechtbank overwoog dat gezamenlijk gezag slechts kan worden geweigerd als er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem komt te zitten tussen de ouders en dat verbetering niet binnen afzienbare tijd te verwachten is. Uit verslagen van hulpverleningsinstanties en het kindgesprek bleek dat de ouders onvoldoende communiceren en dat het kind hier last van heeft. Daarom werd het verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen.

De omgang tussen vader en kind was verbroken, maar een hulpverleningstraject bij Mentaal Beter loopt nog om het contact te herstellen. De rechtbank besloot de beslissing over de omgangsregeling aan te houden tot 1 augustus 2026, in afwachting van afspraken die partijen onder begeleiding van Mentaal Beter zullen maken.

Het subsidiaire verzoek tot een informatieregeling werd afgewezen omdat de moeder voldoende informatie verstrekt. De rechtbank benadrukte het belang van goede communicatie en het niet belasten van het kind met ouderlijke spanningen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten worden aangehouden in afwachting van verdere beslissingen.

Uitkomst: Verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen en beslissing over omgangsregeling aangehouden tot 1 augustus 2026.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-6058
Zaaknummer: C/09/671417
Datum beschikking: 4 juni 2026

Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en proceskosten

Beschikking op het op 21 augustus 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.S. van Haeften te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.D. Haytink te ’s-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van 13 november 2024 van deze rechtbank is een definitieve beslissing ter zake van het gezag, de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de proceskosten aangehouden in afwachting van het verloop van het hulpverleningstraject van partijen bij Kracht.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het bericht van 16 maart 2026 van Kracht;
  • het bericht van 24 maart 2026 van Yoep, met als bijlage het definitief eindverslag Ouderschap Blijft voor de ouders van [de minderjarige] van 24 september 2025;
  • het bericht van 30 maart 2026 van Kracht, met als bijlage het verslag van de hulpverlening voor [de minderjarige] van 27 maart 2026;
  • het F9-formulier van 8 april 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 16 april 2026van de zijde van de vader, met bijlagen.
De minderjarige [de minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over de verzoeken.
Op 23 april 2026 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader met zijn advocaat;
  • de moeder met haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad, die in 2014 is verbroken.
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ;
  • De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] belast.
  • [de minderjarige] woont bij de moeder.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:
  • het eenhoofdig gezag van de moeder te beëindigen en te bepalen dat de vader gezamenlijk met de moeder het gezag over [de minderjarige] zal uitoefenen, en mocht dit verzoek worden afgewezen danwel aangehouden, dan verzoekt de vader om een raadsonderzoek te gelasten en om aan de moeder een informatieverplichting op te leggen;
  • tussen [de minderjarige] en de vader een omgangsregeling vast te stellen of de huidige omgangsregeling te wijzigen, inhoudende dat [de minderjarige] in de ene week van vrijdag uit school tot maandag naar school en in de andere week van zondag 10:00 uur tot dinsdag naar school bij de vader zal zijn, althans een zodanige regeling tussen de vader en [de minderjarige] vast te stellen of de door de moeder bedachte regeling te wijzigen in een regeling (en met een zodanige opbouw) als de rechtbank juist acht en te bepalen dat de moeder gehoor dient te geven aan deze regeling;
  • een vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen zoals genoemd in punt 23 en 24 van het verzoekschrift en zoals genoemd in punt 27 van het aanvullende verzoekschrift, althans een zodanige vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen als de rechtbank juist acht,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens heeft de moeder zelfstandig verzocht:
- een zorgregeling en verdeling van de vakantie- en feestdagen vast te stellen tussen de vader en [de minderjarige] zoals genoemd onder punt 8 van het verweerschrift, te weten dat [de minderjarige] een weekend per twee weken van vrijdag uit school tot maandagochtend naar school bij de vader zal zijn en het weekend kan worden omgeruild als er in het weekend bij de vader een verjaardag of iets dergelijks is, waarbij de vakanties in onderling overleg worden verdeeld,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Gezag
In artikel 1:253c, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank kan verzoeken om de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten. Dit verzoek wordt, ook als de andere ouder hiermee niet instemt, slechts afgewezen als er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of als afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Uitgangspunt van de wetgever is dat ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen en dat slechts in uitzonderingsgevallen één ouder met het gezag is belast.
De vader onderbouwt zijn verzoek als volgt. Hij wil graag betrokken zijn in het leven van [de minderjarige] en wil volledig geïnformeerd zijn over haar. Nu hij niet het gezag heeft, is hij afhankelijk van de informatievoorziening van de moeder. Als hij gezamenlijk met de moeder het gezag over [de minderjarige] uitoefent, kan hij zelf over alle informatie beschikken en kan hij samen met de moeder gezagsbeslissingen over [de minderjarige] nemen.
De moeder voert verweer en stelt dat de communicatie tussen partijen onvoldoende is om gezamenlijk gezagsbeslissingen te nemen. Zij vreest dat [de minderjarige] bij gezamenlijk gezag klem zal komen te raken tussen de ouders. De ouders verschillen enorm van visie. Daarnaast betwist zij dat de vader niet volledig wordt geïnformeerd. De moeder verstrekt de vader alle informatie over [de minderjarige] .
Uit de verslagen van Kracht en Yoep blijkt dat de ouders onvoldoende in staat zijn om in het belang van [de minderjarige] te communiceren. De ouders hebben al meerdere hulpverleningstrajecten doorlopen, die negatief zijn afgerond. Er wordt niet verwacht dat verdere hulpverlening tot een verbetering zal leiden. Uit de verslagen en ook uit het gesprek met [de minderjarige] blijkt dat [de minderjarige] hier last van heeft.
De rechtbank is – gelet op de verstandhouding tussen de ouders en het ontbreken van communicatie– van oordeel dat niet te verwachten is dat hierin binnen een afzienbare tijd een zodanige verbetering komt dat gezamenlijk gezag tot de mogelijkheden gaat behoren. Gelet op de adviezen van Kracht en Yoep en het gebrek aan (positieve) communicatie is de rechtbank -net als de Raad- van oordeel dat in de situatie van gezamenlijk gezag er een onaanvaardbaar risico aanwezig is dat [de minderjarige] klem en verloren zal raken tussen de ouders. Om die reden zal de rechtbank het verzoek van de vader om samen met de moeder belast te worden met het ouderlijk gezag afwijzen. Dat neemt niet weg dat het uiteraard van belang is dat de moeder voorafgaand aan belangrijke beslissingen de vader zoveel mogelijk meeneemt in die beslissingen en om zijn visie vraagt. De rechtbank ziet gelet op de hulpverlening die al is ingezet en de verslaglegging daarvan geen aanleiding nog een raadsonderzoek te gelasten. Daarom zal het subsidiaire verzoek van de vader worden afgewezen.
De rechtbank wil nogmaals benadrukken dat ouders [de minderjarige] niet moeten belasten met hun onderlinge spanningen en deze niet moeten delen met [de minderjarige] .
Omgangsregeling
Op grond van artikel 1:377a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek heeft een kind het recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vaststelt dan wel, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang ontzegt.
In het kindgesprek heeft [de minderjarige] te kennen gegeven dat zij uiteindelijk graag terug wil naar de oorspronkelijke omgangsregeling, maar daarbij ook flexibiliteit wenst. De Raad heeft op de zitting benoemd dat het passend is bij haar leeftijd om flexibiliteit te wensen, maar dat de regie over de omgang niet bij [de minderjarige] moet komen te liggen, maar bij de ouders. Daarnaast heeft de Raad aangegeven dat emotionele toe- en overeenstemming van de ouders belangrijk is voor de rust van [de minderjarige] .
De rechtbank overweegt als volgt. Het contact tussen [de minderjarige] en haar vader is in december 2025 verbroken nadat de vader en [de minderjarige] het niet eens konden worden over het verplaatsen van de omgang in verband met activiteiten die [de minderjarige] wilde ondernemen. Mentaal Beter is ingezet om de omgang weer tot stand te brengen. Dat traject loopt nog en zowel [de minderjarige] als de vader hebben aangegeven dat ze daarin vertrouwen hebben. De rechtbank acht het van belang dat partijen in samenwerking met en onder begeleiding van Mentaal Beter en in samenspraak met [de minderjarige] afspraken maken over de omgang tussen de vader en [de minderjarige] . Op deze wijze dient het contact tussen de vader en [de minderjarige] weer te worden opgebouwd.
De rechtbank zal daarom nu geen beslissing nemen over de omgang. De rechtbank zal de procedure
pro forma aanhouden tot 1 augustus 2026, in afwachting van de afspraken die partijen zullen maken onder begeleiding van Mentaal Beter.
Informatieregeling
Omdat de rechtbank het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag afwijst, verzoekt hij subsidiair een informatieregeling te bepalen. Op de zitting is met partijen gesproken over de informatieplicht van de moeder jegens de vader en hoe dit momenteel verloopt. De moeder stelt de vader alle informatie aangaande [de minderjarige] met de vader te delen. De vader stelt dat dit niet zo is, maar heeft dit niet onderbouwd, terwijl uit de stukken blijkt dat de moeder wel belangrijke informatie -bijvoorbeeld over school- aan hem verstrekt.
De rechtbank ziet momenteel geen aanleiding een informatieregeling vast te leggen, omdat niet gebleken is dat de moeder de vader onvoldoende informeert over belangrijke zaken aangaande [de minderjarige] . De rechtbank gaat ervanuit dat de moeder de vader zal blijven informeren over [de minderjarige] en benadrukt dat dit van groot belang is voor [de minderjarige] . De rechtbank zal dit subsidiaire verzoek van de vader afwijzen.
Bericht aan [de minderjarige]
Gelijktijdig met de verzending van deze beschikking wordt een brief van de rechter aan [de minderjarige] verzonden. Hierin krijgt zij uitleg over de beslissing. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide ouders weten welke boodschap [de minderjarige] heeft ontvangen.
“Beste [de minderjarige] ,
We hebben elkaar een tijdje geleden gesproken over hoe het gaat met je vader en je moeder. Dat was een goed gesprek. Ik heb begrepen dat je veel last hebt van de spanningen tussen hun en dat je zou willen dat ze daarover niet met jou praten. Omdat je vader en je moeder niet goed met elkaar kunnen praten heb ik besloten dat je moeder -zoals het ook al was- alleen het gezag over jou heeft en belangrijke beslissingen over jou kan nemen. Natuurlijk is het wel fijn als het lukt om daarover vooraf met je vader te overleggen.
Verder heb ik nog geen beslissingen genomen over de omgang met je vader. Jij vertelde dat je graag weer terug wilt naar de oude regeling, maar dan wel zo dat je vader flexibel is als er andere activiteiten zijn waaraan je wilt mee doen. Ook vertelde je dat je op dit moment met je vader samen naar Mentaal Beter gaat en dat dat jullie helpt. Ik heb besloten dat het traject bij Mentaal Beter door moet gaan en dat jullie- je moeder, je vader en jij, met Mentaal Beter moeten afspreken hoe het uiteindelijk verder gaat. Daarom heb ik nog geen beslissing genomen over de omgangsregeling. Ik ben benieuwd hoe het daarmee gaat en heb beslist dat ik daarover op 1 augustus 2026 meer wil horen. Als er weer een zitting komt -maar ik hoop eerlijk gezegd dat dat niet nodig is, zal ik je weer uitnodigen.
Voor nu wens ik je goede laatste schoolweken voor de zomervakantie en een fijne zomervakantie!
Met vriendelijke groet,
M.F. Baaij,
Kinderrechter”
Proceskosten
Nu de rechtbank een beslissing over de omgangsregeling zal aanhouden, zal zij ook een beslissing over de proceskosten aanhouden.

Beslissing

De rechtbank:
*
wijst af het verzoek van de vader ten aanzien van het gezag over de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ;
*
bepaalt
voorlopigdat het contact tussen de vader en [de minderjarige] onder begeleiding van Mentaal Beter zal worden opgebouwd;
*
houdt de beslissing aanzien van de omgangsregeling pro forma aan
tot 1 augustus 2026, in afwachting van de afspraken die worden gemaakt door partijen bij Mentaal Beter;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. T.A.L. Ravenhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 4 juni 2026.