Uitspraak
Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en proceskosten
Beschikking op het op 21 augustus 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het bericht van 16 maart 2026 van Kracht;
- het bericht van 24 maart 2026 van Yoep, met als bijlage het definitief eindverslag Ouderschap Blijft voor de ouders van [de minderjarige] van 24 september 2025;
- het bericht van 30 maart 2026 van Kracht, met als bijlage het verslag van de hulpverlening voor [de minderjarige] van 27 maart 2026;
- het F9-formulier van 8 april 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 16 april 2026van de zijde van de vader, met bijlagen.
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad, die in 2014 is verbroken.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] belast.
- [de minderjarige] woont bij de moeder.
Verzoek en verweer
- het eenhoofdig gezag van de moeder te beëindigen en te bepalen dat de vader gezamenlijk met de moeder het gezag over [de minderjarige] zal uitoefenen, en mocht dit verzoek worden afgewezen danwel aangehouden, dan verzoekt de vader om een raadsonderzoek te gelasten en om aan de moeder een informatieverplichting op te leggen;
- tussen [de minderjarige] en de vader een omgangsregeling vast te stellen of de huidige omgangsregeling te wijzigen, inhoudende dat [de minderjarige] in de ene week van vrijdag uit school tot maandag naar school en in de andere week van zondag 10:00 uur tot dinsdag naar school bij de vader zal zijn, althans een zodanige regeling tussen de vader en [de minderjarige] vast te stellen of de door de moeder bedachte regeling te wijzigen in een regeling (en met een zodanige opbouw) als de rechtbank juist acht en te bepalen dat de moeder gehoor dient te geven aan deze regeling;
- een vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen zoals genoemd in punt 23 en 24 van het verzoekschrift en zoals genoemd in punt 27 van het aanvullende verzoekschrift, althans een zodanige vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen als de rechtbank juist acht,
Beoordeling
pro forma aanhouden tot 1 augustus 2026, in afwachting van de afspraken die partijen zullen maken onder begeleiding van Mentaal Beter.
Beslissing
voorlopigdat het contact tussen de vader en [de minderjarige] onder begeleiding van Mentaal Beter zal worden opgebouwd;
tot 1 augustus 2026, in afwachting van de afspraken die worden gemaakt door partijen bij Mentaal Beter;