ECLI:NL:RBDHA:2026:1838

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
NL25.11235
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:72 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling geboortedatum asielzoeker en vernietiging besluit minister

Eiser, een asielzoeker van Eritrese nationaliteit, diende op 21 maart 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie heeft op 7 maart 2025 het verzoek ingewilligd, maar stelde de geboortedatum van eiser onjuist vast op 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze vaststelling.

De rechtbank constateerde een motiveringsgebrek in het besluit van de minister met betrekking tot de geboortedatum. De minister erkende dit en stelde voor de geboortedatum te corrigeren naar de door eiser opgegeven datum in 2006. De rechtbank oordeelde dat het belang van eiser bij correcte vaststelling van zijn personalia groot is, omdat alleen onder juiste personalia een verblijfsvergunning kan worden verleend.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit voor zover het de geboortedatum betrof en stelde deze vast op 2006. Tevens veroordeelde de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 934,-. De uitspraak werd gedaan zonder zitting, op basis van de ingediende stukken.

Uitkomst: De rechtbank stelt de geboortedatum van eiser vast op 2006, vernietigt het eerdere besluit en veroordeelt de minister in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.11235

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. E.N. Hanks-Spijkerman).

Procesverloop

Bij besluit van 7 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure ingewilligd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep in gesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank ziet aanleiding om het onderzoek ter zitting achterwege te laten en doet uitspraak met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb. [1]

Overwegingen

1. Eiser is van Eritrese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [datum 1] 2006. Hij heeft op 21 maart 2023 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
2. Het beroep is gericht tegen de vaststelling van eisers geboortedatum op [datum 2] 2000. In zijn verweerschrift erkent verweerder dat op dit punt sprake is van een motiveringsgebrek. Verweerder stelt dat hij (alsnog) uit gaat van de door eiser gestelde geboortedatum van [datum 1] 2006. Verweerder verzoekt de rechtbank om zelf in de zaak te voorzien door de geboortedatum van eiser dienovereenkomstig vast te stellen en te bepalen dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit.
3. Aangezien alleen daadwerkelijk gesproken kan worden van het verlenen van een verblijfsvergunning aan eiser als dat gebeurt onder de juiste personalia, heeft eiser belang bij de beoordeling van het beroep. Nu uit het standpunt van verweerder volgt dat de geboortedatum van eiser niet moet worden vastgesteld op [datum 2] 2000, maar op [datum 1] 2006, is er aanleiding om het beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit in zoverre te vernietigen.
4. De rechtbank zal, zoals door verweerder is verzocht, zelf in de zaak voorzien krachtens artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb, door de geboortedatum van eiser vast te stellen op [datum 1] 2006 en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dat is vernietigd.
5. In de gegrondverklaring van het beroep ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 7 maart 2025 voor zover daarin de geboortedatum van eiser is vastgesteld op [datum 2] 2000;
- stelt in plaats daarvan de geboortedatum vast op [datum 1] 2006 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het bestreden besluit voor zover dat is vernietigd;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 934,- (negenhonderdvierendertig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 3 februari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.