Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. J. Roosma en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. E.G.S. Roethof naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3. De bewijsbeslissing
4 februari 2025 contact heeft met [het slachtoffer] om een nieuw moment te vinden om de opdracht uit te voeren. Daarbij bespreken zij de voorbereidingen die zij nog moeten treffen. [het slachtoffer] was nog in het bezit van het vuurwapen en de verdachte had die dag beschikking tot een huurauto. Uit deze chatgesprekken blijkt voorts dat de verdachte contact heeft met de opdrachtgever(s). De opdrachtgever(s) blijk(en)(t) input te geven over het moment waarop de opdracht moet worden uitgevoerd, maar ook of de opdracht wel doorgang kan vinden nadat [het slachtoffer] meldde dat het vuurwapen niet blijkt te werken. Zo laat de verdachte weten dat ‘hij zegt eerder is beter’ en dat ‘die boys zeggen dat het misschien niet doorgaat door die p (de rechtbank begrijpt: het niet werkende vuurwapen)’. Uiteindelijk moeten de verdachte en [het slachtoffer] de opdracht die avond uitvoeren, maar de uitvoering wordt opnieuw afgebroken omdat de huurauto van de verdachte niet meer start. Op 5 februari 2025 in de middag neemt de verdachte nogmaals contact op met [het slachtoffer] en vraagt of hij ‘fit’ is.
meerderetijdstippen in de periode van 3 februari 2025 tot en met 5 februari 2025 in Nederland tezamen en in vereniging met
anderentelkens ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten zware mishandeling met voorbedachte rade op een onbekend gebleven persoon (hetgeen een misdrijf genoemd in artikel 303 Wetboek Pro van Strafrecht oplevert), opzettelijk
meerderevoorwerpen en informatiedragers en vervoermiddelen, te weten:
meerderevoertuigen,
meerderetelefoons en
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde en van de verdachte
5.De strafoplegging
- begeleiding volwassenreclassering;
- ambulante behandeling;
- een contactverbod met de betrokkenen in dit dossier;
- een locatiegebod met elektronische monitoring en een avondklok;
- verplichting dagbesteding;
- een verbod op sociale media, af te bouwen in overleg met reclassering;
- controle door de reclassering van de gegevensdragers van de verdachte op internet en sociale media gebruik, zolang de reclassering het nodig vindt.
6.De inbeslaggenomen voorwerpen
7.De toepasselijke wetsartikelen
8. De beslissing
14 (veertien) maanden;
2 (twee) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;