ECLI:NL:RBDHA:2026:18484
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning op grond van familieleven artikel 8 EVRM na afwijzing mvv-aanvraag
Eiseres, een hoogbejaarde vrouw van Turkse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning aan voor verblijf bij haar zoon in Nederland, na verwoesting van haar huis door aardbevingen in Turkije en verslechterde gezondheid. Haar aanvraag werd afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet voldoen aan het Turks associatierecht.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet onder het Turks associatierecht valt omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten laste was van haar zoon vóór haar komst naar Nederland. Wel is vastgesteld dat er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid, zoals samenwoning, financiële en emotionele afhankelijkheid en gezondheidsproblemen, waardoor familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro aanwezig is.
De belangenafweging ten aanzien van het familieleven in het bestreden besluit faalt, omdat onvoldoende rekening is gehouden met de hoge leeftijd, gezondheid en sociale omstandigheden van eiseres. De belangenafweging ten aanzien van het privéleven valt echter in het nadeel van eiseres uit. Er zijn geen schrijnende individuele omstandigheden die een ambtshalve vergunning rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuwe belangenafweging binnen zes weken. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot een nieuwe belangenafweging binnen zes weken.