Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Imam Sajjad Conservatory.Eiseres stelt hiervan rond te kunnen komen in Iran. Bovendien ontvangt zij inkomen voor de opdrachten die zij verricht bij het ministerie (
Ministry of Road and Urban Development). Voor zover verweerder zich op het standpunt zou stellen dat eiseres ook vanuit het buitenland kan beschikken over haar inkomen en vermogen (waaronder haar auto en vakantiewoning), stelt eiseres dat dit standpunt het feitelijk onmogelijk maakt om economische binding met het land van herkomst aan te tonen en een visum te krijgen. Daardoor wordt volgens eiseres een groot gedeelte van de bevolking gediscrimineerd. Ook wijst eiseres op de internationale sancties waardoor er geen geldstroom is van en naar het buitenland.
Imam Sajjad Conservatoryonvoldoende is om te voorzien in haar levensonderhoud in Iran. In dat verband heeft verweerder gewezen op het lage eindsaldo van de bankrekening van eiseres bij de
Bank Melli Iranwaarop het salaris maar ook allerlei andere bedragen worden gestort en het feit dat eiseres beschikt over een tweede bankrekening waarvan het saldo door verweerder wordt aangemerkt als lening (zie verder hieronder). Voor zover eiseres stelt dat zij ook werkzaam is bij het ministerie, heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres dit niet met stukken heeft onderbouwd. Uit de door eiseres overgelegde
Engineering Practice Licencevolgt weliswaar dat het ministerie verklaart dat eiseres beschikt over bepaalde kwalificaties, maar niet dat zij voor het ministerie werkzaam is. Ter zitting heeft eiseres gesteld dat de vertaling van het document op dit punt tekortschiet en uit de verklaring wel volgt dat zij bij het ministerie werkt. Dit kan door de rechtbank zonder nadere stukken echter niet worden vastgesteld. Andere bewijsstukken voor het standpunt dat eiseres bij het ministerie heeft gewerkt, ontbreken. Verweerder heeft in dat verband van eiseres mogen verwachten dat zij meer inzicht in haar werkzaamheden en opbrengsten verschaft. In het bestreden besluit is specifiek gewezen op de mogelijkheid om bijvoorbeeld een werkgeversverklaring, loonstroken of facturen te overleggen. Dat eiseres geen aanvullende stukken heeft ingebracht, komt in deze situatie voor risico van eiseres. Voor zover eiseres heeft gewezen op de stortingen op haar bankrekening bij de
Qarz Al-Hasaneh Mehr Iran Bank, volgt uit de beschikbare bankafschriften niet dat die stortingen afkomstig zijn van het ministerie als vergoeding voor arbeid. Omdat eiseres geen andere verklaring heeft gegeven voor de hoge stortingen, blijft onduidelijk waar de stortingen wel vandaan komen. In dat kader heeft eiseres ter zitting desgevraagd bevestigd dat zij geen alimentatie ontvangt van haar ex-partner zodat ook dat geen verklaring vormt voor de stortingen. Gelet op het feit dat op de eerste pagina van de bankverklaring wordt vermeld dat de desbetreffende bank rentevrije microkredieten verstrekt aan kwetsbare personen, is niet uitgesloten – zoals verweerder heeft gesteld – dat het geld op deze bankrekening inderdaad een lening betreft en niet een bewijs is van zelfstandig inkomen. Gelet op voorgaande heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van inkomsten die afhankelijk zijn van verblijf in Iran en daarom geen sprake is van economische binding. Om die reden heeft verweerder het gestelde vermogen van eiseres (de auto en de vakantiewoning) niet hoeven te betrekken bij de beoordeling van de aanvraag. Het is de rechtbank – net als verweerder – ook niet gebleken dat eiseres voor dit vermogen in Iran moet verblijven. Aan de vraag of verweerder zich terecht op het standpunt zou kunnen stellen dat eiseres ook in het buitenland kan beschikken over deze vermogensbestanddelen en daardoor niet leiden tot economische binding, wordt in die situatie niet toegekomen.