ECLI:NL:RBDHA:2026:18523
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging opvang vreemdelingen in Utrecht
De zaak betreft het bezwaar van eiser tegen het besluit van de minister om de opvang en begeleiding van vreemdelingen via de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in Utrecht te beëindigen per 1 januari 2025. Eiser maakte bezwaar tegen deze beëindiging, maar de minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen procesbelang meer zou hebben.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser maakt geen gebruik meer van de LVV-opvang en heeft een herhaalde asielaanvraag ingediend, waardoor hij recht heeft op opvang via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa). De rechtbank ziet geen feitelijke betekenis meer in het bezwaar tegen de LVV-beëindiging.
Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn van twee jaar nog niet is overschreden en er geen onderbouwing van schade is gegeven. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de LVV-opvang wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.