ECLI:NL:RBDHA:2026:18587

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juli 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
NL26.12156
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens onbevoegde gemachtigde in asielzaak

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Tegen dit besluit is beroep ingesteld door een gemachtigde van verzoeker. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met het beroep op 24 juni 2026.

Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de gestelde gemachtigde niet bevoegd was om het beroep in te stellen. Hierdoor was deze ook niet bevoegd om het verzoek om voorlopige voorziening namens verzoeker in te dienen. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek heropend om aanvullende vragen over de volmacht te stellen, waarop beide partijen hebben gereageerd.

Uiteindelijk heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens onbevoegde gemachtigde.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.12156

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

V-nummer: [nummer] ,
(gestelde gemachtigde: mr. B. de Haan),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. F.C. Vosman).

Procesverloop

1. Bij het bestreden besluit van 3 maart 2026 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen.
1.1.
De gestelde gemachtigde van verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer NL26.12155) en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, op 24 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gestelde gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek is op zitting gesloten.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft op 1 juli 2026 het onderzoek heropend en aanvullende vragen gesteld over de volmacht.
1.4.
Op 2 juli 2026 heeft de gestelde gemachtigde hierop gereageerd.
1.5.
Op 3 juli 2026 heeft de minister hierop gereageerd.
1.6.
De voorzieningenrechter heeft het onderzoek vervolgens op 3 juli 2026 gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker en dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Nu de gestelde gemachtigde niet gerechtigd was om beroep in te stellen, is de gestelde gemachtigde evenmin gerechtigd een verzoek om voorlopige voorziening in te stellen namens verzoeker.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.