ECLI:NL:RBDHA:2026:18588
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan volmacht in verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening
Op 17 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie de overdrachtstermijn op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening verlengd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld via een gemachtigde. Tijdens de zitting op 24 juni 2026 gaf de gemachtigde aan geen contact te hebben met eiser en niet gemachtigd te zijn om het beroep in te trekken. Na aanvullende vragen van de rechtbank over de volmacht, bevestigde de gemachtigde op 2 juli 2026 dat hij zich niet als gemachtigd beschouwde om namens eiser op te treden.
De rechtbank stelde vast dat eiser op het moment van het instellen van het beroep geen contact had met de gemachtigde en hem niet had gemachtigd om namens hem het beroep in te stellen. De Raad voor Rechtsbijstand had de gemachtigde weliswaar op 23 januari 2026 aan de zaak gekoppeld, maar dit was onvoldoende om de volmacht te bevestigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelde zij het beroep niet inhoudelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter R. Tesfai en griffier P.C.J. Lindeijer en is openbaar gemaakt op Rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige volmacht van de gemachtigde.