ECLI:NL:RBDHA:2026:18620
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingesteld tegen niet tijdig besluit gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging voor zijn ouders, zussen en broers. De aanvraag werd ingediend op 31 januari 2025 en de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, liep uiterlijk tot 1 augustus 2025. Verweerder heeft geen besluit genomen binnen deze termijn.
Op 26 november 2025 is verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en op 9 december 2025 heeft eiser het beroep ingediend. Echter, tussen de ingebrekestelling en het beroep zijn geen twee weken verstreken, waardoor het beroep prematuur is en niet-ontvankelijk verklaard wordt. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank baseert haar oordeel op de artikelen 6:2 en 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2u van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank wijst erop dat de aanvraag wordt getoetst aan het recht dat gold op het moment van ontvangst van de aanvraag. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het prematuur is ingesteld vóór het verstrijken van de wettelijke termijn na ingebrekestelling.