ECLI:NL:RBDHA:2026:18745
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak asielaanvraag Kroatië verantwoordelijk
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling. De rechtbank heeft op 3 juni 2026 het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing kennelijk ongegrond verklaard. Verzoeker stelde hiertegen verzet in en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening. Op dezelfde dag is het verzet ongegrond verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening vervalt. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het verzet ongegrond is verklaard.