ECLI:NL:RBDHA:2026:18745

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
NL26.33993
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in zaak asielaanvraag Kroatië verantwoordelijk

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling. De rechtbank heeft op 3 juni 2026 het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing kennelijk ongegrond verklaard. Verzoeker stelde hiertegen verzet in en vroeg om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening. Op dezelfde dag is het verzet ongegrond verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening vervalt. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk tegen deze beslissing.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het verzet ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.33993

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Bij uitspraak van 3 juni 2026 van deze rechtbank en zittingsplaats heeft de bestuursrechter het beroep van verzoeker tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag kennelijk ongegrond verklaard. [1]
Verzoeker heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Verzoeker heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.17734, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het verzet. Het verzet is ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 7 juli 2026 door mr. dr. E.J. Govaers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.