ECLI:NL:RBDHA:2026:18761
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging Landelijke Vreemdelingenvoorziening in Utrecht
De zaak betreft het bezwaar van eiseres tegen het besluit van de minister om de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in Utrecht te beëindigen per 1 januari 2025. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiseres geen procesbelang meer zou hebben.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiseres maakt geen gebruik meer van de LVV en ontvangt opvang van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) in het kader van een lopende beroepsprocedure tegen de afwijzing van haar herhaalde asielaanvraag. Hierdoor ontbreekt het procesbelang bij de bezwaarprocedure.
De rechtbank wijst ook het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn nog niet is overschreden en er geen onderbouwing van schade is gegeven.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 19 juni 2026.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de LVV is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.