ECLI:NL:RBDHA:2026:18847
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syriër
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bij de minister van Asiel en Migratie. De minister ontving de aanvraag op 9 oktober 2024 en diende uiterlijk binnen zes maanden te beslissen, met een mogelijke verlenging tot maximaal 21 maanden vanwege een besluitmoratorium voor Syriërs.
Eiser stelde de minister op 10 maart 2026 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg is ingediend omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Loman en griffier R.M. Houmad op 24 april 2026 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.