ECLI:NL:RBDHA:2026:18883

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2613018:R-RK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FwArt. 288 lid 3 Fw
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule en eerdere ingangsdatum

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank beoordeelde of de schuldenaar te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, met bijzondere aandacht voor de afgelopen drie jaar. Hoewel er twijfels waren over de goede trouw bij enkele schulden, oordeelde de rechtbank dat de schuldenaar de omstandigheden die tot de schulden leidden inmiddels onder controle heeft, mede door het beschermingsbewind sinds september 2024.

De rechtbank paste de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro toe en gaf de schuldenaar het voordeel van de twijfel, waardoor het verzoek tot toelating tot de WSNP werd toegewezen. Tevens werd de ingangsdatum van de WSNP vastgesteld op 10 juli 2025, omdat vanaf dat moment de schuldenaar maximaal aflost en zich voldoende inspant om baten voor schuldeisers te verwerven, conform de normen voor het Vrij te laten bedrag (Vtlb).

De rechtbank stelde de duur van de WSNP op achttien maanden, ingaande vanaf de vastgestelde ingangsdatum, en bepaalde dat alle gelegde beslagen komen te vervallen. Daarnaast werd een rechter-commissaris en een bewindvoerder benoemd, met de opdracht om gedurende de postblokkadeperiode de post van de schuldenaar te beheren. De bewindvoerder mag een voorschot op zijn vergoeding nemen zolang de regeling loopt en de boedel toereikend is.

De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 1 juli 2026 door rechter D. de Loor, in samenwerking met griffier R.D.A. Babulall-Oemrawsingh. De schuldenaar kan binnen acht dagen na uitspraak hoger beroep instellen tegen de vastgestelde ingangsdatum.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt toegewezen met toepassing van de hardheidsclausule en een eerdere ingangsdatum van 10 juli 2025.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team Toezicht
Rekestnummer: NL:TZ:2613018:R-RK
Vonnis van 1 juli 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats].
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van . Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoeker] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- [verzoeker],
- mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2], schuldhulpverleners van de [gemeente],
- mevrouw [naam 3], beschermingsbewindvoerder.

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
[verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.2.
De rechtbank constateert dat bij een aantal schulden vraagtekens kunnen worden geplaatst ten aanzien van de goede trouw van [verzoeker]. Een deel van de schulden is ontstaan in de afgelopen drie jaar. [verzoeker] heeft aangevoerd dat zijn situatie inmiddels ten goede is veranderd. Hij heeft de omstandigheden waaronder de schulden zijn ontstaan onder controle, mede door het genereren van inkomen en daarnaast staat hij sinds 25 september 2024 onder beschermingsbewind. Hiermee is de kans op het ontstaan van nieuwe schulden afgenomen.
2.3.
Een en ander leidt ertoe dat de rechtbank met toepassing van de zogeheten hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 van Pro de Faillissementswet [verzoeker] het voordeel van de twijfel zal geven en het verzoek zal toewijzen. De rechtbank kan ervan uitgaan dat [verzoeker] de omstandigheden die (mede) bepalend zijn geweest voor het ontstaan van haar schulden in voldoende mate onder controle heeft gekregen.
2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Deze postblokkade geldt gedurende de materiële looptijd van de schuldsaneringsregeling. Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt, stopt de postblokkade. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoeker].
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoeker] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.7.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 10 juli 2025.
2.8.
De rechtbank zal het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen toewijzen. Als uitgangspunt voor aanvang van het minnelijk traject hanteert de rechtbank het moment waarop de schuldhulpverlener de afloscapaciteit heeft vastgesteld aan de hand van een eerste correcte berekening van het Vrij te laten bedrag (de Vtlb-berekening): zie in dit verband onder meer Rechtbank Den Haag, 10 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5966. Dit geldt ook ingeval van beslag. In de periode juli 2025 tot en met januari 2026 heeft beslag gelegen op het inkomen van [verzoeker]. Vanaf februari 2026 heeft [verzoeker] conform de vastgestelde Vtlb-berekening maximaal afgelost op basis van de normen die gelden voor berekening van het Vtlb en heeft [verzoeker] zich voldoende ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
De rechtbank zal daarom bepalen dat de termijn van de WSNP vanaf 10 juli 2025 begint te lopen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],
wonende te [adres] [woonplaats];
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum toe;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 10 juli 2025;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. D. de Loor en tot bewindvoerder:
P. Adam (Adam en Noordzij Bewindvoering)
Postbus 7441
3284 ZG Zuid-Beijerland;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met R.D.A. Babulall-Oemrawsingh, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.