Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.De beoordeling van het verzoek
Toelating tot de WSNP
3.De beslissing
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],
wonende te [adres] [woonplaats];
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank beoordeelde of de schuldenaar te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, met bijzondere aandacht voor de afgelopen drie jaar. Hoewel er twijfels waren over de goede trouw bij enkele schulden, oordeelde de rechtbank dat de schuldenaar de omstandigheden die tot de schulden leidden inmiddels onder controle heeft, mede door het beschermingsbewind sinds september 2024.
De rechtbank paste de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet Pro toe en gaf de schuldenaar het voordeel van de twijfel, waardoor het verzoek tot toelating tot de WSNP werd toegewezen. Tevens werd de ingangsdatum van de WSNP vastgesteld op 10 juli 2025, omdat vanaf dat moment de schuldenaar maximaal aflost en zich voldoende inspant om baten voor schuldeisers te verwerven, conform de normen voor het Vrij te laten bedrag (Vtlb).
De rechtbank stelde de duur van de WSNP op achttien maanden, ingaande vanaf de vastgestelde ingangsdatum, en bepaalde dat alle gelegde beslagen komen te vervallen. Daarnaast werd een rechter-commissaris en een bewindvoerder benoemd, met de opdracht om gedurende de postblokkadeperiode de post van de schuldenaar te beheren. De bewindvoerder mag een voorschot op zijn vergoeding nemen zolang de regeling loopt en de boedel toereikend is.
De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 1 juli 2026 door rechter D. de Loor, in samenwerking met griffier R.D.A. Babulall-Oemrawsingh. De schuldenaar kan binnen acht dagen na uitspraak hoger beroep instellen tegen de vastgestelde ingangsdatum.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt toegewezen met toepassing van de hardheidsclausule en een eerdere ingangsdatum van 10 juli 2025.