Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. D. van Elp),
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, werd op 15 mei 2026 in bewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b en c van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gericht op het verkrijgen van noodzakelijke gegevens voor de beoordeling van zijn asielaanvraag.
Eiser bestreed slechts de lichte grond onder 4d, maar de rechtbank oordeelde dat de overige, niet betwiste gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren, waardoor de bewaring kon worden gedragen. De rechtbank vond dat één bewaringsgrondslag voldoende was en hoefde daarom niet te beoordelen of ook de andere grondslag van toepassing was.
Eiser voerde aan dat vanwege zijn complexe psychische problematiek en de noodzaak van traumabehandeling de minister een lichter middel had moeten toepassen, omdat de medische zorg in het detentiecentrum ontoereikend zou zijn. De rechtbank stelde echter vast dat de minister voldoende had gemotiveerd dat eiser adequate medische zorg ontvangt, inclusief intake en vervolgafspraken met een psycholoog, en dat bij onvoldoende zorg overplaatsing naar gespecialiseerde instellingen mogelijk is.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.