ECLI:NL:RBDHA:2026:18928
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging opvang vreemdelingen in Utrecht
De zaak betreft een bezwaar van een vreemdeling tegen het besluit van de minister om de opvang en begeleiding op grond van de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in Utrecht per 1 januari 2025 te beëindigen. De minister heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen procesbelang meer zou hebben, aangezien hij geen gebruik meer maakt van de LVV.
De rechtbank oordeelt dat de minister zich terecht op dit standpunt heeft gesteld. Eiser heeft een herhaalde asielaanvraag ingediend en maakt gebruik van opvang via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa). Hierdoor is het doel van het bezwaar, het behoud van LVV-opvang, feitelijk niet meer relevant voor eiser.
De rechtbank wijst ook het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn nog niet is overschreden en er geen onderbouwing van schade is gegeven. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de LVV-opvang is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.