Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 5 juni 2025 ontvangen, waarna de minister zes maanden had om te beslissen. Eiser stelde de minister op 8 december 2025 in gebreke, waarna het beroep werd ingediend.
De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn niet heeft nageleefd en dat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven. Daarom legt de rechtbank een termijn van zestien weken op: binnen acht weken na verzending van de uitspraak moet de minister een nader gehoor afnemen en binnen acht weken daarna een besluit nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt. De minister wordt ook veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van €467, vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.