Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw kan de vreemdeling die aan de grens te kennen heeft gegeven een asielaanvraag te willen indienen en die niet voldoet aan de toegangsvoorwaarden, zolang er nog geen definitieve beslissing is genomen, worden verplicht zich op te houden in een ruimte of plaats die kan worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek, in het kader van een procedure om een beslissing te nemen over de toegang, of in het kader van de toepassing van de screeningsprocedure.
Ik ben hier om geholpen te worden en heb daar geen problemen mee”. Ook is aan eiser gevraagd of sprake is van andere spoedeisende omstandigheden die aanleiding geven om de asielaanvraag in vrijheid te doorlopen. Daarop heeft eiser geantwoord: “
Nee, ik heb er geen problemen mee”. Daarnaast heeft eiser de Engelstalige M19B-informatiefolder met betrekking tot artikel 6, derde lid, van de Vw voor ontvangst ondertekend. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het voor eiser voldoende duidelijk was dat hij in grensdetentie zou worden geplaatst.
zicht op uitzetting bij vrijheidsontneming op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, juncto het zesde lid, Vw”, waarin is aangekruist dat reisdocumenten voorhanden zijn en dat vertrek kan plaatsvinden met een removal order. Dat onderdeel past niet bij de thans opgelegde maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw, die gekoppeld is aan de behandeling van het asielverzoek in de grensprocedure. De verwijzing naar zicht op uitzetting en een removal order maakt de motivering verwarrend en roept de vraag op of de minister de juiste wettelijke grondslag en doelstelling van de maatregel voldoende scherp heeft onderscheiden.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.