Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de minister was opgedragen binnen acht weken te beslissen, maar constateert dat deze termijn is overschreden zonder dat een besluit is genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ook zonder ingebrekestelling, vanwege de uitdrukkelijke termijn in de eerdere uitspraak. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk blijft wanneer een besluit zal volgen. Daarom legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van twee weken op.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 250 per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500, die pas ingaat nadat een eerder opgelegde dwangsom is verbeurd. De minister wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van € 467 aan eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober en is op 30 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.