Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] ,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft op 17 juli 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De rechtbank heeft op 29 oktober 2024 het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een verlengde termijn van twintig weken bij nader onderzoek.
Op 17 maart 2025 stelde eiseres opnieuw beroep in wegens het uitblijven van een besluit. Uiteindelijk heeft de minister op 9 juni 2026 een beslissing genomen, waarmee het beroep feitelijk is komen te vervallen. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe wegens betalingsonmacht. Ondanks de niet-ontvankelijkheid veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres, omdat de minister niet binnen de gestelde termijn heeft besloten en het beroep daardoor gegrond was. De proceskosten worden vastgesteld op €467, gebaseerd op de wettelijke regeling en de aard van het beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister alsnog een besluit heeft genomen, met veroordeling in proceskosten.