ECLI:NL:RBDHA:2024:17751
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij een referent. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De aanvraag is ingediend op 12 december 2023, waarna verweerder de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden heeft verlengd. De uiterste beslisdatum was 11 juni 2024, maar verweerder heeft geen besluit genomen. Eiseres stelde verweerder op 20 juni 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 17 juli 2024 het beroep in, tijdig volgens de Awb.
De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond en legt op grond van artikel 8:55d Awb een nadere beslistermijn op van acht weken na verzending van deze uitspraak, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, proceskosten van €437,50 en vergoeding van het griffierecht van €187.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn en dwangsommen op aan verweerder om binnen acht weken een besluit te nemen.