ECLI:NL:RBDHA:2026:19375

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
NL26.3974
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel

Verzoeker, een Nigeriaanse asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 15 januari 2026, waarin zijn opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond.

Tegelijkertijd verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. Op 18 mei 2026 vond de zitting plaats waarbij verzoeker, zijn gemachtigde, de gemachtigde van de minister, een tolk en een vertegenwoordiger van LGBT Asylum Support aanwezig waren. Het onderzoek werd op die zitting gesloten.

De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak op 13 juli 2026 het beroep ongegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.3974

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. H.A. Jeuring),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. D.J. Halbesma).

Inleiding

1. Met het besluit van 15 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de opvolgende aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 mei 2026, samen met het beroep [1] , op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Ook is er een tolk verschenen. Daarnaast is de heer [persoon] van LGBT Asylum Support verschenen. Het onderzoek is op zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak met nummer NL26.3973, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zaaknummer NL26.3973.