ECLI:NL:RBDHA:2026:19375
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, een Nigeriaanse asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 15 januari 2026, waarin zijn opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Tegelijkertijd verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. Op 18 mei 2026 vond de zitting plaats waarbij verzoeker, zijn gemachtigde, de gemachtigde van de minister, een tolk en een vertegenwoordiger van LGBT Asylum Support aanwezig waren. Het onderzoek werd op die zitting gesloten.
De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak op 13 juli 2026 het beroep ongegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.