Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Non-refoulement
Conclusie
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op 2 juli 2026. De maatregel is gebaseerd op het risico dat eiser zich aan toezicht zal onttrekken en de uitzettingsprocedure zal ontwijken, met name vanwege het ontbreken van geldige reisdocumenten en het feit dat eiser zich enige tijd aan toezicht heeft onttrokken.
Eiser betwist dat hij onvoldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit, omdat hij als minderjarige zonder documenten naar Nederland is gekomen en het verkrijgen van documenten onmogelijk is. De rechtbank oordeelt echter dat de gronden voor bewaring, waaronder het ontbreken van identificerende documenten en het onderduikrisico, feitelijk juist zijn en voldoende grond bieden voor de maatregel.
Daarnaast heeft de rechtbank de non-refoulement toets beoordeeld. Verweerder heeft een beoordeling gemaakt dat uitzetting niet in strijd is met het verbod op terugkeer naar een onveilig land. Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die is afgewezen en heeft geen nieuwe feiten aangevoerd die het verbod op terugkeer rechtvaardigen.
De rechtbank acht de inspanningen van de Nederlandse overheid om terugkeer naar Somalië mogelijk te maken voldoende, mede gelet op recente succesvolle uitzettingen. Gezien deze omstandigheden is het beroep ongegrond verklaard en is het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.